Er is sprake van palliatieve zorg indien u wordt behandeld voor een levensbedreigende ziekte en de specialist geeft aan niets meer te kunnen doen, u bent uitbehandeld. Palliatieve zorg richt zich op kwaliteit van leven en een waardige afronding. Naast palliatieve zorg kennen wij ook de term terminale zorg. Hiervan is sprake als het einde van het leven zich concreet aandient met een levensverwachting van maximaal drie maanden.

Als iemand in aanmerking komt voor palliatieve/terminale zorg en al in een Wlz-zorginstelling verblijft, gaat de verzorging door en wordt eventueel aangepast aan de veranderde situatie. Deze zorg valt onder de Wlz (Wet langdurige zorg) en hiervoor is een inkomensafhankelijke bijdrage verschuldigd.

Verbleef de patiënt thuis, voordat de palliatieve zorgindicatie door de behandelende arts werd afgegeven, dan kan de patiënt kiezen uit drie mogelijkheden:

  • Opname in een Wlz-zorginstelling op de palliatieve afdeling. De regels zijn dan identiek aan die van iemand die al in een zorginstelling verblijft en er is een inkomensafhankelijk eigen bijdrage verschuldigd.
  • De patiënt wordt opgenomen in een hospice of een bijna-thuis-huis. Voorwaarde is dat de patiënt in de terminale fase van het leven verkeert met een levensverwachting van maximaal drie maanden. Dit valt onder kortdurend eerstelijnsverblijf en de zorgverzekeringswet is van toepassing. Er zijn aanvullende verzekeringen die aan de cliënt een dagvergoeding uitkeren. Deze kan dan gebruikt worden voor kosten die het hospice in rekening brengt (eten, drinken, wasserette etc.).
  • De patiënt blijft thuis en de benodigde zorg wordt in handen gegeven van de wijkverpleging. Bij deze mogelijkheid wordt een zorgplan door de wijkverpleegkundige opgesteld. De zorgverzekeraar vergoed de kosten.